Palmolie verspreidt zich over de wereld met een vreemde helderheid. We vinden het in lippenstift, instant noodles, biobrandstof en zeep. Het is zo aanwezig dat het onzichtbaar wordt. Het bedekt onze huid onder de douche, drijft de vrachtwagen aan die onze boodschappen bezorgt, bindt de saus die we gedachteloos eten. Toch blijven de routes die het aflegt om ons te bereiken bewust verborgen. 

Op Indonesische plantages spuiten vrouwen met pesticiden, oogsten ze gewassen en verrichten ze het werk dat volledige industrieën, zoals de palmolie-industrie, in stand houdt.  Ze staan niet op de loonlijst. Ze hebben geen arbeidsverleden. In bedrijfscontroles bestaan ze vaak niet. Hariati Sinaga, een feministisch onderzoeker naar arbeidsverhoudingen van vrouwen, noemt hen ‘buruh siluman’, of ghost labourers. (1) Dit zijn geen werknemers die over het hoofd worden gezien, maar werknemers van wie de onzichtbaarheid structureel wordt geproduceerd. De plantages gedijen juist omdat deze vrouwen buiten de boeken worden gehouden; zo kunnen de bedrijven hun wettelijke verantwoordelijkheid ontlopen, terwijl ze tegelijkertijd maximale waarde onttrekken uit lichamen die er officieel niet zijn.

1024px-kitlv_-_40323_-_stafhell__kleingrothe_-_medan_-_management_staff_in_a_plantation_in_deli_-_circa_1890Stafhell & Kleingrothe, Staf van een plantage in Deli [Management staff in a plantation in Deli], c. 1890, photograph, KITLV 40323, Leiden University Libraries.

Deze onzichtbaarheid heeft tastbare gevolgen. In 2015 interviewde de Indonesische NGO Sawit Watch vrouwelijke arbeiders op plantages in Riau; zij troffen vrouwen aan die dagelijks urenlang bezig waren met het spuiten van meststoffen, pesticiden en onkruidverdelgers.(2) De chemische nevel nestelt zich op de huid en in de longen. Het zicht wordt wazig. Ademen gaat moeizaam. In 2019 documenteerde Sawit Watch vijf vrouwen in Centraal-Kalimantan die in hun eerste trimester een miskraam kregen, omdat hun lichaam de werkdruk niet kon verdragen.(3) In datzelfde jaar werd een vrouwelijke predikant die op een Indonesisch landgoed werkte, seksueel misbruikt door twee arbeiders en vervolgens gewurgd. In 2020 deed een 16-jarig meisje op Sumatra aangifte van verkrachting door haar baas, die vervolgens een bijl op haar keel zette en haar tot zwijgen dwong. Deze zaken, gedocumenteerd door de Associated Press, legden patronen bloot van seksueel geweld op plantages door de opzichters. (4)

In Nederlandse koloniale archieven vond ik foto’s van de eerste palmolieplantage in Sumatra, Indonesië. Groepsportretten geënsceneerd op het terrein van de plantage: bestuurders in wit linnen in het midden, omringd door Javaanse werknemers, drie vrouwen ertussenin geklemd. De foto’s leggen de rangorde op de plantage vast, en tonen aan hoe vrouwen altijd centraal stonden bij het functioneren ervan.

charles-j-kleingrothe-not-titled-group-of-villagers-c-1900-albumen-silver-photograph-national-gallery-of-australia-accession-number-2007-1773-43Charles J. Kleingrothe, not titled [group of villagers], c. 1900, albumen silver photograph, National Gallery of Australia, accession number 2007.1773.43.

Onder koloniaal bewind mochten Nederlandse plantagebeheerders geen echtgenotes uit Europa meebrengen. In plaats daarvan namen zij Indonesische vrouwen als concubines, ‘nyai’ genoemd, die huishoudelijk werk verrichtten, sociale functies vervulden en seksuele diensten verleenden.(5/6) Toen het formele concubinaat aan het begin van de twintigste eeuw werd afgeschaft, vertrokken de vrouwen niet. Ze werden opgenomen in het personeelsbestand van de plantage, hun werk veranderde van naam, maar hun positie bleef hetzelfde. De dubbelrol bleef bestaan: vrouwen bewerkten het land en hielden de sociale reproductie van het plantageleven in stand. Dit patroon duurt voort. Tegenwoordig werven bedrijven vaak hele gezinnen, waarbij ze huisvesting bieden in ruil voor collectieve arbeid. Contracten staan dan misschien wel op naam van de vader, maar moeders en kinderen werken zij aan zij met hem. Het gezin wordt de eenheid van extractie. En seksueel geweld, dat vanaf het begin verankerd was in het plantagesysteem, blijft bestaan. Vrouwen begeven zich op hetzelfde terrein als de nyai vroeger, waar arbeid en seksuele beschikbaarheid verweven blijven, waar nee zeggen kans op uitzetting betekent, waar het lichaam nooit volledig van jezelf is. 

Sinaga betoogt dat de geest van de nyai de huidige levens van Indonesische vrouwen achtervolgt door een voortdurend proces van racialisering, waarbij een beeld van een exotisch en vervangbaar persoon wordt gecreëerd.(7) De Nederlandse exploitatieve praktijken legden de basis voor wat een hoeksteen van de Indonesische economie is geworden. De huidige palmolie-industrie genereert miljarden aan inkomsten, gebouwd op systemen die rechtstreeks zijn terug te voeren op koloniale structuren. Indonesië exporteert voornamelijk naar India, China, Pakistan, de Verenigde Staten en de Europese Unie:  Nederland, Italië, Spanje. De voormalige kolonisator blijft een belangrijke importeur. Wat blijft is niet alleen de infrastructuur, maar ook de logica: maximale waarde onttrekken uit het land, maximale waarde onttrekken uit de vrouwen die het bewerken. Zowel moeder natuur als moeders uitgeput in dienst van het wereldwijde kapitaal.

jpeg-2000J.W. Meijster, Transport van olipalmtrossen op onderneming Poeloe Radja bij Tandjoengbalai [Transport of oil palm bunches at Poeloe Radja plantation near Tandjoengbalai], 1921–1926, photograph, KITLV 107674, Leiden University Libraries.

Om de elementaire en infrastructurele onderdelen van de kringloop van hulpbronnen in kaart te brengen, zoals deze tentoonstelling voorstelt, moet worden gekeken naar dat wat bewust verborgen wordt gehouden. Het woord siluman heeft in het Indonesisch nog een andere betekenis: geesten, gedaanteverwisselaars, wezens die zich tussen werelden begeven. Deze werknemers geestarbeiders noemen, is niet alleen een manier om hun structurele onzichtbaarheid te benoemen, maar ook om hun hardnekkige aanwezigheid te erkennen. Het is wat wetenschapper Avery Gordon omschrijft als “the way the ghost makes itself known through haunting and pulls us affectively into the structure of feeling of a reality we come to experience as a recognition.(8) Ze zijn er, zelfs als de papieren iets anders beweren. 

In mijn werk voor deze tentoonstelling verspreidt jasmijn zich. In de Indonesische traditie is jasmijn op zowel huwelijk als begrafenis aanwezig. Media die verslag doen over seksueel geweld, noemen de slachtoffers Melati, wat jasmijn betekent, in plaats van hun echte naam te vermelden. De geur zweeft door de ruimte en draagt met zich mee wat de registers niet bij naam willen noemen. 

Werk van geestarbeiders herinnert ons eraan dat je iets nooit volledig kunt uitwissen. Er blijft iets achter in de chemische resten die niet weg te wassen zijn. In de lichamen die dragen wat de balansen achterhouden. In de geur die wijst op wat niet kan worden uitgesproken. Het geeft vorm aan de wereld die we erven.

Referentie lijst 

1) Hariati Sinaga, "Buruh Siluman: The Making and Maintaining of Cheap and Disciplined Labour on
Oil Palm Plantations in Indonesia," in Bioeconomy and Global Inequalities, eds. Maria Backhouse
et al. (Springer, 2021), 175–193.
2) Sinaga, "Buruh Siluman," 181–185.
3) Ibid
4) Margie Mason and Robin McDowell, "Rape, abuses in palm oil fields linked to top beauty brands,"
Associated Press, 18 November 2020.
5) Ann Laura Stoler, Carnal Knowledge and Imperial Power: Race and the Intimate in Colonial Rule,
2nd ed. (University of California Press, 2010)., "Buruh Siluman," 181–185.
6) Terence H. Hull, “From Concubines to Prostitutes: A Partial History of Trade in Sexual Services
in Indonedia," Moussons 29 (2017): 65–89.
7) Sinaga, "Buruh Siluman," 189.
8) Avery F. Gordon, Ghostly Matters: Haunting and the Sociological Imagination (Minneapolis:
University of Minnesota Press, 2008), 63.

Nabila Ernada is een designonderzoeker en mediakunstenaar, wonend in Rotterdam. Haar werk werpt een blik op de overlap tussen surveillance en verzet en onderzoekt hoe media en technologische systemen invloed uitoefenen op zichtbaarheid, wetgeving en het lichaam – met name gericht op de Indonesische geschiedenis en het Nederlands koloniaal verleden. Ze werkt met tekst, film en installaties en reflecteert vanuit een feministische invalshoek op geluid, archieven en bureaucratische systemen. Nabila studeerde Media Studies en Social Design aan de Universiteit van Indonesië en aan de Design Academy Eindhoven.

shadow circuits onderzoekt hoe gas, mineralen en andere grondstoffen zich wereldwijd verplaatsen en hoe deze stromen verbonden zijn met ons dagelijks leven. De tentoonstelling verlegt onze aandacht van grootschalige industriële beelden, zoals de zeecontainers in de haven van Rotterdam, naar kleine, intieme verhalen. Naar mensen, planten en dieren die tussen de scheuren van wereldwijde handelsstromen glippen, zoals onzichtbaar gemaakte arbeiders op palmolieplantages en invasieve soorten die ongemerkt met schepen meereizen. Op deze manier dicht de tentoonstelling het gat tussen vanzelfsprekend dagelijks gebruik van minerale grondstoffen, en de pijnlijk verborgen geschiedenissen van grondstofwinning en transport die erachter schuilgaan.

Related

Website by HOAX Amsterdam